Artikel 4 AI Act: de geletterdheidsplicht die al geldt
Sinds 2 februari 2025 moeten aanbieders én gebruiksverantwoordelijken maatregelen treffen ter ondersteuning van de ontwikkeling van AI-geletterdheid bij wie namens hen met AI werkt. De norm is open, maar niet vrijblijvend: vanaf 2 augustus 2026 kunnen nationale toezichthouders erop toezien.
Download de regime-cheatsheet (PDF) ↓
Artikel 4 van de AI-verordening is een van de minst opvallende maar breedst werkende bepalingen van de wet. Hij geldt sinds 2 februari 2025, raakt vrijwel elke organisatie die AI-systemen gebruikt — ook wie alleen een generatieve AI-assistent inzet — en is door het Digital Omnibus-akkoord van mei 2026 niet uitgesteld.
Wat de bepaling vraagt
Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen moeten maatregelen nemen om, zoveel als haalbaar, een toereikend niveau van AI-geletterdheid te waarborgen bij hun personeel en bij andere personen die namens hen AI-systemen bedienen en gebruiken. Daarbij moet rekening worden gehouden met de technische kennis, ervaring en opleiding van de betrokkenen, met de context waarin de systemen worden ingezet en met de personen op wie de systemen worden toegepast.
Drie elementen verdienen nadruk. De plicht rust op twee rollen tegelijk: aanbieders én gebruiksverantwoordelijken. De kring is ruimer dan het eigen personeel: ook ingehuurde krachten en opdrachtnemers die namens de organisatie met AI werken vallen eronder. En de maatstaf is relatief: wat toereikend is, hangt af van het systeem, de rol van de gebruiker en de groep die de gevolgen ondervindt. Een ontwikkelteam dat een kredietscoringsmodel bouwt heeft een ander geletterdheidsniveau nodig dan een klantenserviceteam dat een chatassistent gebruikt.
Wat de bepaling niet vraagt
De verordening schrijft geen verplicht aantal opleidingsuren, geen specifieke cursus en geen certificaat voor. De Europese Commissie bevestigt die open norm in haar vragen-en-antwoordendocument: organisaties bepalen zelf hoe zij het vereiste niveau bereiken. Het AI Office ondersteunt met een levend register van praktijkvoorbeelden van AI-geletterdheidsmaatregelen, dat als referentie dient maar geen normatieve status heeft.
Handhaving: open norm, geen vrijblijvendheid
Artikel 99 van de verordening, dat de bestuurlijke boetes regelt, noemt artikel 4 niet als zelfstandige boetegrond. Dat betekent niet dat de bepaling zonder gevolg blijft. De nationale markttoezichthouders moesten uiterlijk 2 augustus 2025 zijn aangewezen; vanaf de algemene toepassingsdatum van 2 augustus 2026 kunnen zij naleving van artikel 4 betrekken in hun toezicht; in Nederland krijgen de Autoriteit Persoonsgegevens en de RDI daarin een coördinerende rol. Daarnaast weegt aantoonbare geletterdheid mee in de beoordeling van andere verplichtingen — wie bijvoorbeeld menselijke controle op een hoogrisicosysteem moet organiseren (artikel 14 en 26), kan dat niet zonder personeel dat het systeem begrijpt — en in civielrechtelijke aansprakelijkheid bij schade door AI-gebruik.
Een werkbare invulling
Uit de bepaling en het Commissiedocument laat zich een nuchtere aanpak afleiden: breng in kaart welke AI-systemen de organisatie gebruikt en wie ermee werkt; bepaal per rol welk kennisniveau nodig is; organiseer daarop toegesneden training of instructie; en leg vast wat is gedaan, voor wie en wanneer. Die vastlegging is geen formele eis van artikel 4, maar wel de enige manier om bij een toezichtvraag aannemelijk te maken dat aan de open norm is voldaan.
Het Digital Omnibus-akkoord van 7 mei 2026 verzacht de formulering van de bepaling licht, maar laat de plicht zelf en de toepassingsdatum ongemoeid. Organisaties die de afgelopen periode hebben afgewacht, lopen dus al ruim een jaar achter op een geldende verplichting.
Direct regelen? Met onze AI-geletterdheidscursus train je je team in 45 minuten — rol-specifiek, met certificaat als bewijs voor je dossier.
Bronnen
- https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj
Verordening (EU) 2024/1689, artikel 4 en overweging 20; toepassingsdatum in artikel 113. - https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/faqs/ai-literacy-questions-answers
Vragen en antwoorden van de Europese Commissie over de uitleg en reikwijdte van artikel 4. - https://www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/actueel/toezicht-op-ai-wordt-concreet-sleutelrol-voor-de-ap-en-de-rdi
Autoriteit Persoonsgegevens over de inrichting van het Nederlandse AI-toezicht. - https://www.aiactblog.nl/nl/ai-geletterdheid
Praktijkgericht overzicht van artikel 4 en de gevolgen van het Digital Omnibus-akkoord voor de geletterdheidsplicht.
Lees ook
AI-geletterdheid voor HR- en recruitmentteams
De geletterdheidsplicht (art. 4) geldt nu al en is voor HR extra zwaar: een recruiter die een hoog-risicosysteem bedient, kan alleen menselijk toezicht (art. 14) uitoefenen als hij het systeem begrijpt. Deze wegwijzer beschrijft wat een HR-team moet weten en hoe je het aantoonbaar regelt.
Een AI-model (GPAI) inkopen: welke plichten heb je als gebruiker?
De zwaarste GPAI-plichten gelden voor de aanbieder, niet voor jou. Als gebruiker raken je vooral AI-geletterdheid (artikel 4), transparantie (artikel 50) en — bij hoogrisico-inzet — de gebruiksverantwoordelijkheden van artikel 26.
AI-geletterdheid: wat moet ik regelen onder de AI Act?
Sinds 2 feb 2025 moet iedereen die AI inzet zorgen voor voldoende AI-geletterdheid (art. 4 AI Act). In transport en logistiek betekent dit: medewerkers die met AI-systemen werken voldoende kennis en begrip geven over het gebruik en de risico's.
