Naar inhoud

Kennisbank · AI in HR

Heeft onze ondernemingsraad instemmingsrecht als wij een AI-tool voor HR invoeren?

Vaak wel. De ondernemer heeft instemming van de OR nodig voor een regeling over het verwerken en beschermen van personeelsgegevens en voor voorzieningen die geschikt zijn om aanwezigheid, gedrag of prestaties van personeel waar te nemen of te controleren. Een besluit zonder instemming is nietig als de OR daar binnen een maand schriftelijk een beroep op doet.

Geldt nuLaatst geverifieerd:

Welke onderwerpen

Voor elk voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van de regelingen in artikel 27 heeft de ondernemer instemming van de OR nodig [1]. Voor AI in HR zijn vooral twee onderdelen van belang: een regeling over het verwerken en beschermen van persoonsgegevens van personeel [2], en een regeling over voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties [3]. 'Geschikt voor' betekent dat ook een tool die niet voor controle bedoeld is, maar het wel mogelijk maakt, eronder kan vallen. Ook regelingen over aanstellings-, ontslag- of bevorderingsbeleid en over personeelsbeoordeling vragen instemming [4].

Voor wie, en wanneer niet

Het gaat om regelingen voor alle of een groep van de werkzame personen [5]. Instemming is niet nodig voor zover de cao de zaak al inhoudelijk regelt [6].

Hoe het gaat

U legt het voorgenomen besluit schriftelijk voor, met de beweegredenen en de verwachte gevolgen voor het personeel [7]. Neemt u het besluit zonder instemming of toestemming van de kantonrechter, dan is het nietig als de OR binnen een maand schriftelijk een beroep op de nietigheid doet [8].

Vanaf 2027 ook de AI-verordening

Vanaf 2 december 2027 moet u bij een hoog-risicosysteem op de werkplek de werknemersvertegenwoordigers en de betrokken werknemers bovendien vooraf informeren [9] [10].

Waar Trusq dit op baseert

Deze gekeurde regels staan in Trusq en worden bij elke publicatie opnieuw ingelezen; verandert een regel, dan verandert deze pagina mee.

  • Werknemers en hun vertegenwoordigers geïnformeerd AI Act 26

Bronnen

  1. [1] WOR art. 27, lid 1, aanhef (Wet op de ondernemingsraden). De ondernemer heeft voor elk voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van de regelingen in artikel 27, lid 1, de instemming van de ondernemingsraad nodig.
    De ondernemer behoeft de instemming van de ondernemingsraad voor elk door hem voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van:
    Bron, opgehaald op 2 oktober 2026.
  2. [2] WOR art. 27, lid 1, onder k (Wet op de ondernemingsraden). De ondernemer heeft instemming van de OR nodig voor een regeling over het verwerken en beschermen van persoonsgegevens van personeel.
    k. een regeling omtrent het verwerken van alsmede de bescherming van de persoonsgegevens van de in de onderneming werkzame personen;
    Bron, opgehaald op 2 oktober 2026.
  3. [3] WOR art. 27, lid 1, onder l (Wet op de ondernemingsraden). De ondernemer heeft instemming van de OR nodig voor een regeling over voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van personeel.
    l. een regeling inzake voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van de in de onderneming werkzame personen;
    Bron, opgehaald op 2 oktober 2026.
  4. [4] WOR art. 27, lid 1, onder e en g (Wet op de ondernemingsraden). Instemming is ook nodig voor regelingen op het gebied van aanstellings-, ontslag- of bevorderingsbeleid en van personeelsbeoordeling.
    e. een regeling op het gebied van het aanstellings-, ontslag- of bevorderingsbeleid; f. een regeling op het gebied van de personeelsopleiding; g. een regeling op het gebied van de personeelsbeoordeling;
    Bron, opgehaald op 2 oktober 2026.
  5. [5] WOR art. 27, lid 1, slot (Wet op de ondernemingsraden). Het instemmingsrecht geldt voor zover de regeling betrekking heeft op alle of een groep van de werkzame personen.
    een en ander voor zover betrekking hebbende op alle of een groep van de in de onderneming werkzame personen.
    Bron, opgehaald op 2 oktober 2026.
  6. [6] WOR art. 27, lid 3 (Wet op de ondernemingsraden). Instemming is niet nodig voor zover de cao de aangelegenheid al inhoudelijk regelt.
    De in het eerste lid bedoelde instemming is niet vereist, voor zover de betrokken aangelegenheid voor de onderneming reeds inhoudelijk is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst of een regeling van arbeidsvoorwaarden vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan.
    Bron, opgehaald op 2 oktober 2026.
  7. [7] WOR art. 27, lid 2 (Wet op de ondernemingsraden). De ondernemer legt het voorgenomen besluit schriftelijk voor, met de beweegredenen en de verwachte gevolgen voor het personeel.
    De ondernemer legt het te nemen besluit schriftelijk aan de ondernemingsraad voor. Hij verstrekt daarbij een overzicht van de beweegredenen voor het besluit, alsmede van de gevolgen die het besluit naar te verwachten valt voor de in de onderneming werkzame personen zal hebben.
    Bron, opgehaald op 2 oktober 2026.
  8. [8] WOR art. 27, lid 5 (Wet op de ondernemingsraden). Een besluit zonder instemming van de OR of toestemming van de kantonrechter is nietig als de OR daar binnen een maand schriftelijk een beroep op doet.
    Een besluit als bedoeld in het eerste lid, genomen zonder de instemming van de ondernemingsraad of de toestemming van de kantonrechter, is nietig, indien de ondernemingsraad tegenover de ondernemer schriftelijk een beroep op de nietigheid heeft gedaan. De ondernemingsraad kan slechts een beroep op de nietigheid doen binnen een maand
    Bron, opgehaald op 2 oktober 2026.
  9. [9] AI Act art. 26, lid 7 (AI-verordening (EU) 2024/1689). Een werkgever die een hoog-risicosysteem op de werkplek gaat gebruiken, deelt dat vooraf mee aan de werknemersvertegenwoordigers en de betrokken werknemers, volgens de regels en praktijk voor het informeren van werknemers.
    Voordat een AI-systeem met een hoog risico op de werkplek in gebruik wordt gesteld of wordt gebruikt, delen gebruiksverantwoordelijken die werkgever zijn werknemersvertegenwoordigers en de betrokken werknemers mee dat zij zullen worden onderworpen aan het gebruik van het AI-systeem met een hoog risico. Deze informatie wordt, indien van toepassing, verstrekt in overeenstemming met de in het Unie- en nationaal recht vastgelegde regels en procedures en de praktijk inzake informatie van werknemers en hun vertegenwoordigers.
    Bron, opgehaald op 2 oktober 2026.
  10. [10] Verordening (EU) 2026/1744 art. 1, punt 40, onder b) (vervangt AI Act art. 113, derde alinea, punt c) (Verordening (EU) 2026/1744 (Digital Omnibus AI)). De hoog-risicoregels (hoofdstuk III, afdelingen 1 tot en met 3) gelden voor bijlage III-systemen vanaf 2 december 2027.
    hoofdstuk III, de afdelingen 1, 2 en 3, met uitzondering van artikel 6, lid 5, van toepassing met ingang van: i) 2 december 2027 voor wat betreft AI-systemen die op grond van artikel 6, lid 2, en bijlage III als AI-systemen met een hoog risico zijn aangemerkt, en
    Bron, opgehaald op 2 oktober 2026.

Zie in een paar vragen welke regels uw organisatie raken.

Doe de impact- en kansenscan Of vraag een expert

Deze pagina geeft algemene informatie op basis van de wettekst. Zij is geen juridisch advies voor uw situatie.